ARCO-aandelen vallen niet onder de depositogarantieregeling en zijn ongeldige staatssteun volgens Advocate-Generaal HvJ


Pasted Graphic 5

Depositogarantiestelsels – Richtlijn 2014/49/EU – ARCO-aandelen

In haar conclusie van 2 juni 2016 spreekt Advocate-Generaal bij het Hof van Justitie Juliane Kokott zich uit over de bijzondere beschermingsregeling die België heeft uitgevaardigd voor de ARCO-coöperanten.

Ter herinnering: in het kader van de herkapitalisatie van de Belgisch-Franse bank Dexia, die in zware moeilijkheden was geraakt als gevolg van de financiële crisis in 2007/08, had de Belgische Staat de depositogarantieregeling uitgebreid ten gunste van verschillende natuurlijke personen die destijds aandeelhouder waren van drie financiële coöperaties van de ARCO-groep. ARCO was zelf aandeelhouder van Dexia.

Diverse gewone aandeelhouders waren niet gelukkig met deze bijzondere regeling en stapten naar de Raad van State. ARCO verdedigde dat de verschafte bescherming verplicht moest worden ingericht, gelet op de geest en het doel van de richtlijn 94/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 1994 inzake de depositogarantiestelsels (Pb. L. van 31 mei 1994, afl. 135, 5) die naar Belgisch recht werd omgezet.

Nadat de Raad van State het Grondwettelijk Hof had gevraagd om een grondwettigheidstoetsing stelde het Grondwettelijk Hof zelf een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie.

De Advocate-Generaal meent in haar conclusie o.a. dat de aandelen van de ARCO-coöperanten niet voldoen aan de definitie van deposito’s in artikel 1, punt 1 van richtlijn 94/19/EG. Volgens de definitie van artikel 1, punt 1 van deze richtlijn gaat het om creditsaldo’s op rekeningen die aan de deposanten moeten worden terugbetaald, alsook om schulden die zijn belichaamd in schuldbewijzen.

De ARCO-aandelen vallen, ook al werden ze aangeprezen als spaarproducten, naar oordeel van de Advocate-Generaal niet onder deze definitie van deposito’s omdat het gaat om een deelneming in het eigen vermogen van een financiële coöperatie. De depositogarantieregeling van voormelde richtlijn geldt voor een creditsaldo in het vreemd vermogen van een kredietinstelling.

Daarnaast stelt de Advocate-Generaal vast dat de regeling geldt voor tegoeden bij kredietinstellingen en dat ARCO, noch de financiële coöperaties van de ARCO-groep, als een kredietinstelling gekwalificeerd kunnen worden.

De lidstaten zijn derhalve krachtens voormelde richtlijn niet verplicht een waarborg te bieden voor dergelijke financiële instrumenten.

Volgens de Advocate-Generaal is het volgens voormelde regeling evenwel voor de lidstaten ook niet verboden om de depositogarantieregeling uit te breiden en dergelijke aandelen onder het nationale depositogarantiestelsel te plaatsen. Evenwel moeten bij de invoering van een dergelijke beschermingsregeling wel o.a. de regels inzake staatssteun, zoals vastgesteld in de artikelen 107 en 108 VWEU, geëerbiedigd worden (zie de conclusie, nrs. 34 t.e.m. 61). De Advocate-Generaal meent dat de Belgische regeling waarbij de depositobescherming werd uitgebreid tot de ARCO-aandelen ongeoorloofde staatssteun uitmaakt.

Het is nu wachten op het arrest van het Europees Hof van justitie.

Vragen over dit arrest of de depositogarantieregeling? Contacteer ons.


R. Feltkamp / G. Hendrikx