Naar een nieuw ondernemersbegrip en de afschaffing van het begrip koopman / handelaar


Pasted Graphic

Handelaar - Koopman - Onderneming - Wetsontwerp hervorming ondernemingsrecht


Wetsontwerp houdende hervorming van het ondernemingsrecht


Op 7 december 2017 werd een wetsontwerp houdende hervorming van het ondernemingsrecht ingediend dat als voornaamste doelstelling heeft met een nieuwe definitie van de notie onderneming, dit begrip op een coherentere wijze te omschrijven en een einde te maken aan problemen die verband houden met het bestaande ondernemingsbegrip en aan het onderscheid dat nu wordt gemaakt tussen koopman/handelaar en onderneming.

Dit wetsontwerp heeft verder ook tot doel het onderscheid tussen burgerlijke en handelszaken af te schaffen en een aantal van de bepalingen van het Wetboek van Koophandel te integreren in het Wetboek Van Economisch Recht.

Begrip onderneming


Er is volgens art. I.1,1° WER momenteel sprake van een onderneming wanneer de volgende elementen verenigd zijn:

1) de betrokkene is een
natuurlijke persoon of een rechtspersoon. Wat betreft rechtspersonen wordt geen verdere precisering gegeven zodat elke rechtspersoon voor de definitie in aanmerking komt (vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (burgerlijke of handelsvennootschap), v.z.w., de overheid…);

2) de natuurlijke of rechtspersoon moet een
economisch doel (“un but économique”) nastreven.

Wat een ‘economisch doel’ is wordt niet gepreciseerd.

Uit de Memorie van toelichting kan worden afgeleid dat het gaat om de productie van goederen en diensten met behulp van materiële en immateriële middelen. Het begrip economisch doel is zodoende ruim te interpreteren en omvat elke commerciële, industriële en financiële activiteit .

Er is op gewezen, rekening houdend met de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, dat het louter produceren van goederen en producten onvoldoende is om de onderneming te definiëren en dat het nastreven van een economisch doel impliceert dat de goederen en diensten worden aangeboden op een bepaalde markt. Volgens sommige auteurs moet daarbij een zeker rendement (≠ winst) wordt nagestreefd (minstens vergoeding van de gemaakte kost) en entiteiten die geen rendement beogen - noch op korte, noch op lange termijn - maar tot doel hebben louter het algemeen belang te dienen of gemeenschapsbelangen te vrijwaren, vallen buiten het ondernemingsbegrip.

De aard of de vorm van de entiteit of de financieringswijze van de entiteit is irrelevant .

3) het economisch doel moet op
duurzame wijze nagestreefd worden; de handelingen van de onderneming moeten m.a.w. gesteld worden in het kader van een duurzame organisatie.

Eenmalige handelingen zijn niet voldoende om een persoon als “onderneming” te bestempelen. De handelingen moeten, met andere woorden, met regelmaat worden gesteld. Handelingen van particulieren en hun wederzijdse relaties buiten het kader van de uitoefening van enige beroepsactiviteit worden niet beoogd door deze definitie.

In de voorbereidende werken wordt verder aangegeven dat de organisatie “onafhankelijk” moet zijn. Hieruit wordt afgeleid dat diensten verricht door een werknemer in ondergeschikt verband niet als onderneming gekwalificeerd moeten worden.

Deze algemene definitie geldt voor alle boeken van het WER tenzij een bijzondere definitie is opgenomen (wat bijvoorbeeld het geval is voor Boek III voor wat betreft de KBO-regeling en de bepalingen inzake boekhoudverplichtingen).

Van materieel/functioneel naar formeel criterium


De voorgestelde nieuwe algemene definitie maakt gebruik van formele criteria in de plaats van het huidige materièˆle of functionele criterium (nl. de uitoefening van een economische activiteit). Het is de bedoeling dat deze nieuwe algemene definitie als aanknopingspunt dient voor het WER (tenzij anders aangegeven), de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank (de voormalige rechtbank van koophandel), het ondernemingsbewijs (het huidig handelsbewijs). Naast het nieuwe algemene ondernemingsbegrip blijft een functioneel ondernemingsbegrip behouden voor de toepassing van het mededingingsrecht, het marktpraktijkenrecht en de prijsreglementering.

De voorgestelde nieuwe algemene definitie ligt in lijn van de definitie die hierboven werd vermeld als de nieuwe definitie die wordt ingevoerd voor Boek XX WER.

Recent werd inderdaad een nieuwe Boek XX WER “Insolventie van ondernemingen” ingevoerd waarvoor ook een aparte definitie voor het begrip onderneming geldt (die vanaf 1 mei 2018 in werking zal treden). Voor de toepassing van Boek XX zijn ondernemingen:

1) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;

2) iedere rechtspersoon; en

3) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.

Er wordt daarbij aangegeven dat voor de toepassing van Boek XX WER, in afwijking van het voorgaande,
geen ondernemingen zijn:

1) iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite geen uitkeringen verricht aan haar leden of aan personen die een beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie;

2) iedere publiekrechtelijke rechtspersoon;

3) de federale staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Zo het wetsontwerp aangenomen wordt, zal dus deze definitie gehanteerd worden als algemene definitie.

Voor de boeken waar de functionele definitie van de term onderneming geldt, werd initieel in het voorontwerp voorgesteld in het relevante boek zelf de definitie toe te voegen (zodat de systematiek van de centralisatie van alle definities in Boek I verloren ging).

Dit werd uiteindelijk aangepast en volgens het ingediende wetsontwerp is steeds voor elk boek na te gaan in Titel 2 van Boek 1 van het Wetboek van Economisch Recht of er een bijzondere definitie geldt.

Zoals door de Raad van State (onder andere) terecht werd opgemerkt, betreft de invoering van de nieuwe definitie slechts een aantal delen van het WER, zodat de vraag rijst of het niet beter is de huidige definitie te behouden en voor de relevante onderdelen te werken met de betrokken nieuwe definitie.

Régine Feltkamp