Onverwacht eigenaar van een de Kooning of toch niet?


Pasted Graphic

Kunstwerk - Willem de Kooning - Verkoop van andermans zaak – Onbevoegdheid - Bezit geldt als titel – Verkrijgende verjaring

In een persartikel van Guy Van Nieuwenhuysen dat vandaag (d.d. 23 augustus 2016) in de Gazet van Antwerpen verscheen, werd Régine Feltkamp kort geciteerd met betrekking tot een opmerkelijke gebeurtenis, die mede aan de hand van diverse persartikelen als volgt kan worden samengevat.

Turnhoutenaar Jan Starckx had via het online-verkoopplatform 2dehands.be een schilderij op de kop getikt voor 450 euro. Geïntrigeerd door de handtekening op het werk, “Wim Koonin” ging hij op onderzoek uit. In het BBC programma Fake or Fortune? kwamen experts tot de bevinding dat het gaat om een werk van de hand van de bekende Nederlandse kunstschilder Willem de Kooning, die wordt beschouwd als een meester binnen de stroming van het abstract expressionisme. Het werk, dat in Sint-Jans-Molenbeek geschilderd zou zijn, zou dus meer waard zijn dan de aankoopwaarde. Maar presentator van het programma en kunstexpert Philip Mould waarschuwde Jan Starckx: “Als de persoon die jou het schilderij heeft verkocht niet het recht had om dat te doen, ben jij niet de eigenaar”.

Jan Starckx had namelijk nadat de verkoop reeds was gesloten, kennis gekregen van het feit dat de verkoper niet de rechtmatige eigenaar van het schilderij was. De eigenaar van het meesterwerk zou de zoon zijn van het meisje dat erin wordt geportretteerd. Jan Starckx vertelt dat de zoon zijn fortuin had verbrast en de verkoper de opdracht had gegeven zijn laatste bezittingen – waaronder het schilderij – te gelde te maken.

De vraag rijst dan ook of Jan Starckx (hierna “de koper”) via zijn aankoop op het platform 2dehands.be de rechtmatige eigenaar is geworden van het waardevolle schilderij dan wel of de zoon nog altijd eigenaar is van het meesterwerk. Hieronder wordt een iets uitvoeriger ingegaan op deze casus gemaakt uitgaande van de feitelijke situatie zoals weergegeven in het persartikel. Verschillende hypotheses zijn mogelijk.


A.- De eigenaar heeft de verkoper gemachtigd om het schilderij te verkopen

Uit het persartikel blijkt dat de verkoper beweert van de eigenaar de opdracht te hebben gekregen het schilderij ten gelde te maken. Indien dit daadwerkelijk het geval is, kon de verkoper op grond van deze afspraak (die, naargelang het geval, juridisch zal worden gekwalificeerd als een lastgeving, commissie of naamlening) het schilderij rechtsgeldig verkopen.

De rechtsgevolgen van de verkoop, o.a. de overdracht van het eigendomsrecht op het schilderij, worden in dat geval aan de zoon toegerekend, zodat krachtens een juridische fictie de zoon zal worden geacht zelf het schilderij verkocht te hebben.

De koper bezit in dit geval de eigendomstitel op het schilderij (voor zover de beweerde eigenaar zelf rechtmatig eigenaar was).

In geval van betwisting zal, volgens de toepasselijke regels, het bestaan van een geldige koopovereenkomst moeten worden bewezen.


B.- De eigenaar heeft de verkoper niet gemachtigd om het schilderij te verkopen, maar vertrouwde hem wel vrijwillig het bezit ervan toe

Indien de zoon de verkoper niet de opdracht had gegeven het schilderij te verkopen, maar hem wel vrijwillig in het bezit van het schilderij stelde (bijv. bewaargeving), kon de verkoper het schilderij niet rechtsgeldig aan de koper verkopen.

In dit geval is er sprake van een verkoop van andermans zaak. Een dergelijke verkoop is, in de relatie tussen de koper en de verkoper, nietig op grond van artikel 1599 B.W. Deze nietigheid kan enkel door de koper worden ingeroepen, en niet door de zoon.

De verkoop van andermans zaak kan op grond van artikel 1165 BW evenwel niet aan de zoon (‘verus dominus’) worden tegengeworpen als een ‘res inter alios acta’. In principe kan de zoon de verkochte zaak terugvorderen van de koper (revindicatievordering).

De mogelijkheid tot revindicatie van het schilderij door de zoon wordt echter begrensd door artikel 2279, eerste lid BW, dat bepaalt dat voor roerende zaken het bezit als titel geldt.

Het bezit van een zaak onderstelt wel een bezit te goeder trouw. Goede trouw houdt in dat de koper op het ogenblik dat hij het schilderij kocht, niet wist noch behoorde te weten dat de verkoper geen eigenaar was van het schilderij.

Uit het feitelijk relaas blijkt dat de koper op het ogenblik van de koop veronderstelde het schilderij van de eigenaar te kopen.

In het Belgisch recht wordt de goede trouw vermoed, zodat het aan degene die beweert de werkelijke eigenaar te zijn zal toekomen de kwade trouw in hoofde van de koper te bewijzen. Zolang dit tegenbewijs niet wordt geleverd bezit de koper dus te goeder trouw het schilderij.

In deze hypothese is de koper de rechtmatige eigenaar van het schilderij geworden vanaf het moment dat hij ten gevolge van de verkoop te goeder trouw in het bezit van het schilderij is gekomen.

De zoon zou wel kunnen proberen de verkoper aan te spreken op grond van de overeenkomst op grond waarvan het bezit vrijwillig werd overgedragen. In geval van bewaargeving is de bewaarnemer bijv. gehouden de zaak terug te geven. Indien hij deze verbintenis niet nakomt, is hij contractueel aansprakelijk.


C.- De eigenaar vertrouwde de verkoper het bezit van het schilderij niet vrijwillig toe

De koper zal echter, ook al verkreeg hij het bezit van het schilderij te goeder trouw ten gevolge van de koop, niet meteen na de bezitsinname van het schilderij de rechtmatige eigenaar worden, indien de werkelijke eigenaar het schilderij door verlies of diefstal niet langer bezat.

In die hypothese kan de zoon, indien hij aan de hand van alle toegelaten bewijsmiddelen daadwerkelijk het verlies of de diefstal van het schilderij kan bewijzen, gedurende een periode van drie jaren, te rekenen van de dag waarop het verlies of de diefstal heeft plaatsgehad, het schilderij terugvorderen van de koper (artikel 2279, tweede lid B.W.).

Indien de zoon nalaat het schilderij te revindiceren voor het verstrijken van deze (verval)termijn van drie jaren, zal de koper op grond van zijn bezit te goeder trouw de rechtmatige eigenaar van het schilderij worden (artikel 2279, eerste en tweede lid BW).

Mocht de zoon het schilderij revindiceren van de koper binnen de termijn van 3 jaar, zal hij de koper de koopprijs moeten terugbetalen in zoverre het verkoopplatform 2dehands.be als een markt is te beschouwen (artikel 2280 BW).

In ieder geval kan de koper, volgend op de revindicatie,:
1. verhaal uitoefenen op de verkoper wegens het schenden van de verplichting tot vrijwaring voor uitwinning (artikel 1626 BW); of
2. de nietigheid van de verkoop van andermans zaak vorderen, gekoppeld aan een eventuele bijkomende schadevergoeding.

Indien de zoon het schilderij niet kan langer terugvorderen van de koper omdat de vervaltermijn voor de revindicatie is verlopen en laatstgenoemde de eigendomstitel op grond van zijn bezit te goeder trouw heeft verkregen, kan hij de verkoper eventueel buiten-contractueel aansprakelijkheid (artikel 1382 BW) stellen voor de schade die hij heeft geleden, mogelijk ten gevolge van de misdrijven diefstal en heling.


D.- De heer Jan Starckx bezit het schilderij niet te goeder trouw

Een laatste hypothese, waarvan op grond van onze kennis van de feitelijke toedracht evenwel geen sprake lijkt te zijn, is deze waarin de koper wist dat hij het schilderij niet van de werkelijke eigenaar kocht.

In dit geval zal zijn bezit te kwader trouw nooit als titel gelden. Ongeacht de wijze waarop de zoon het bezit van het schilderij heeft verloren, zal deze het schilderij van de koper kunnen revindiceren.

Deze mogelijkheid tot revindicatie van het schilderij voor de zoon is begrensd door de wettelijke verjaringstermijn van 30 jaar voor zakelijke rechtsvorderingen (artikel 2262 BW). Na het verstrijken van deze verjaringstermijn zal de zoon het schilderij niet meer kunnen terugvorderen, en zal de koper, ongeacht zijn kwade trouw de eigendomstitel van het schilderij hebben verworven op grond van de verkrijgende verjaring.

De zoon rest ook in dit geval nog de mogelijkheid om de verkoper buiten-contractueel aan te spreken, voor zover deze vordering nog niet is verjaard (cfr. supra).


Régine Feltkamp - Gerrit Hendrikx - Joeri Danhieux